Nico Haak

 

Nico Haak was de ongekroonde koning van de Nederlandse gezelligheid.

Met zijn gulle lach, zijn
onafscheidelijke bakkebaarden en een feilloos gevoel voor humor wist hij in de jaren 70 en 80 heel Nederland
aan het dansen te krijgen. Achter de vrolijke feestmuziek ging echter het verhaal schuil van een hardwerkende
Delftse automonteur die per toeval een landelijke ster werd.


Van de garage naar het podium
In het begin van de jaren 70 runde Nico nog gewoon zijn eigen autogarage in Delft. Hij was een rasechte
entertainer in de werkplaats; tussen het sleutelen door zong hij, maakte hij grappen en hield hij de moed erin
bij zijn klanten. Het lot nam een bijzondere wending toen hij de jonge toetsenist Martin de结构 (beter bekend
als Martin Duiser) ontmoette. Samen met Polle Eduard richtten ze Nico Haak en de Paniekzaaiers op.
Wat begon als een geintje, explodeerde in 1974 met de single ‘Tante Julia’. Nederland viel massaal voor de
aanstekelijke, ongecompliceerde vrolijkheid van de zingende monteur. De garage werd al snel verruild voor de
spotlights van de Nederlandse televisie.


De polonaise als handelsmerk
Nico Haak begreep als geen ander wat het publiek wilde: vrolijkheid en herkenbaarheid. In 1975 scoorde hij zijn
allergrootste hit met ‘Foxie Foxtrot’. Het nummer, met de iconische openingsregel "Je bent een soepstengel op
een houten been", steeg in recordtempo naar de top van de hitlijsten. Zodra Nico het podium opstapte in zijn
kleurrijke pakken, begon de zaal synchroon te bewegen. Hij bracht een unieke mix van cabaret, slapstick en
oer-Hollandse feestmuziek.


Zijn hits volgden elkaar in rap tempo op: van ‘Is je moeder niet thuis’ tot het hilarische ‘Foxy Foxtrot
(Nedermix)’. Zelfs in Duitsland wist hij met Duitstalige versies van zijn nummers de harten van de oosterburen
te veroveren. Nico was een graag geziene gast in populaire tv-shows en overal waar hij kwam, bracht hij de
spreekwoordelijke zon mee.


De lach en de traan
Achter de schermen was Nico Haak een familieman en een perfectionist. Hij nam zijn vak, hoe luchtig de liedjes
ook klonken, uiterst serieus. Hij wilde mensen simpelweg een goede tijd bezorgen en hun zorgen even laten
vergeten.
Het succesverhaal kreeg helaas een veel te vroeg einde. In september 1990 overleed Nico volkomen
onverwacht op 50-jarige leeftijd aan een hartstilstand. Het nieuws sloeg in als een bom in de Nederlandse
entertainmentwereld. Nederland verloor die dag niet alleen een hitkanon, maar ook een van zijn meest
sympathieke en volkse artiesten.
Hoewel hij er al decennia niet meer is, leeft de erfenis van Nico Haak voort. Zodra de eerste tonen van ‘Foxie
Foxtrot’ door een feesttent schallen, gaan de handen nog altijd in de lucht. Nico leerde Nederland dat het leven
gevierd moet worden, bij voorkeur in de polonaise.